De keuze voor kinderopvang hoort bij de grotere beslissingen van jonge ouders. Je geeft je kind een deel van de week uit handen, dus je wilt dat het goed zit. Tegelijk zijn er praktische kanten: afstand, tijden, kosten en of er überhaupt plek is. Het helpt om vroeg te beginnen met kijken, want op veel plekken zijn er wachtlijsten.
Een kinderdagverblijf vangt kinderen op in groepen, met vaste pedagogisch medewerkers en een dagritme. Een gastouder werkt vanuit een huiselijke omgeving met een kleiner aantal kinderen, vaak met flexibelere tijden. Voor schoolgaande kinderen is er buitenschoolse opvang, meestal gekoppeld aan de school of in de buurt daarvan. Welke vorm past, hangt af van je kind en van je eigen werkweek. Een kind dat snel overprikkeld is, kan het beter doen bij een gastouder, terwijl een ander juist opbloeit in een groep.
Plan altijd een rondleiding, liefst op een gewone doordeweekse ochtend. Let op hoe de medewerkers met de kinderen omgaan, of het rustig en schoon oogt en of kinderen vrij kunnen spelen. Vraag naar het aantal vaste gezichten op een groep, naar het beleid bij ziekte en naar hoe ze de wenperiode aanpakken. Alle opvang moet geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang. Daar kun je ook de inspectierapporten van de GGD teruglezen. Die geven een nuchter beeld van hoe een locatie er in de praktijk voor staat.
Kijk goed naar openingstijden, de regeling bij afwezigheid en wat er gebeurt in vakanties. Ouders die werken of studeren komen vaak in aanmerking voor kinderopvangtoeslag. De voorwaarden en bedragen veranderen regelmatig, dus controleer de actuele regels bij de Belastingdienst of vraag het na bij de opvang zelf. Luister tot slot naar je gevoel bij de rondleiding. Een plek waar jij je welkom voelt, is meestal ook een plek waar je kind zich thuis voelt.